Zo help jij veengebieden herstellen in de Hoge Venen
Zo help jij veengebieden herstellen in de Hoge Venen
Ons land maakte een ecologisch drama mee: meer dan 3.000 hectare kostbaar Belgisch natuurgebied ging in vlammen op. Maar we blijven niet bij de pakken zitten. Nu is het tijd voor herstel. Daarvoor vroegen we jullie hulp, en jullie reageerden massaal op onze oproep. We zamelden bijna 150.000 euro in. Daarmee helpen we dit unieke ecosysteem herstellen. Dat gaat véél tijd en inspanningen kosten, maar het zal het meer dan waard zijn.
Op de arme bodems van de Hoge Venen ontwikkelde in de loop van duizenden jaren een uniek, fragiel ecosysteem: de venen die we vandaag kennen als prioritair Natura2000-gebied. In het stilstaande water van die venen kan organisch materiaal van planten moeilijk of zelfs niet ontbinden: veenmossen houden water vast en verzuren de bodem, wat het ontbindingsproces vertraagt. Dat levert een onmisbaar en uniek ecosysteem op. Als ze gezond zijn, slaan veengebieden twee keer meer koolstof op dan bossen. Bovendien bevatten veengebieden zo'n 10% van de wereldwijde zoetwatervoorraad.
Unieke natuur
Of het nu planten of dieren zijn, alle soorten die voorkomen in veengebieden, hebben zich aangepast aan de lichtzure en voedselarme omgeving van het ecosysteem waarin ze leven. Daardoor zijn ze niet alleen zeldzaam, maar ook erg kwetsbaar: als hun leefgebied verandert of verdwijnt, sterven ze lokaal uit. Wist je dat er in de Hoge Venen een vleesetende plant leeft, de ronde zonnedauw? Je vindt er ook veenpluis, een delicaat plantje met een witte kuif, net als een hele reeks planten uit de heidefamilie: gewone dophei, lavendelhei, kleine veenbes, struikhei, rijsbes … Die soorten komen bijna nergens anders in ons land voor.

Dankzij die specifieke begroeiing maakten ook andere bijzonder gespecialiseerde soorten hun opwachting in de Hoge Venen. Denk maar aan de veenbesparelmoervlinder, waarvan de rups volledig afhangt van één plantensoort. Of aan het korhoen, een iconische fazantachtige die in België al met uitsterven bedreigd was en voor wie de branden weleens de laatste druppel kunnen zijn …
Vernietiging
Zoals je intussen vast al weet, zijn veengebieden bijzonder kwetsbare ecosystemen. Naar schatting verkeert nog maar 7% van de Europese veengebieden in goede staat. Ook in België staan ze zwaar onder druk. Hier kampen veengebieden met twee belangrijke bedreigingen. Eerst en vooral ontgonnen we vroeger veen om ons mee te verwarmen. Daarnaast groeven we van in het begin van de 20ste eeuw heel wat grachtjes om de bodem droog te leggen en er fijnsparren op te planten. De drooggelegde grond vormde de ideale omgeving voor het pijpenstrootje, een resistente woekerplant die de plek inneemt van gespecialiseerde soorten die in veengebieden leven.

Dat zorgde voor een vicieuze cirkel. De uitgedroogde bodem met daarop invasieve grassen maakte het gebied vatbaarder voor vuur. Na de branden verrijken de assen de bodem, waardoor die nóg geschikter wordt voor het pijpenstrootje. Gevolg: soorten die alleen op arme bodems voorkomen, krijgen minder en minder kansen om te groeien in de Hoge Venen.
Herstel
Dankzij jullie steun kunnen we gedegradeerde veengebieden kopen en herstellen in de buurt van de verbrande gebieden. Dat cruciale titanenwerk gaan we aan met onze partner op het terrein, Les Amis de la Fagne. Die lokale vzw beheert verschillende natuurgebieden, waaronder veengebieden. De soorten die daar voorkomen, kunnen op termijn nieuw leven blazen in de verbrande gebieden.
- Stap 1: we kopen gedegradeerde veengebieden en elimineren er uitheemse soorten die er groeien (zoals fijnsparren). Op bepaalde plekken verwijderen we de bovenste laag van de bodem. Zo kunnen we het pijpenstrootje weghalen, én het overschot aan voedingsstoffen (kalium, fosfor) dat soms in die bovenste laag zit. Het van nature arme en zure veen dat onder de grond verstopt zat, komt zo weer aan de oppervlakte te liggen.
- Stap twee: om de bodem opnieuw te vernatten, leggen we oude grachtjes dicht, bouwen we met takken van de weggehaalde fijnsparren leefgebieden voor insecten, reptielen en amfibieën, graven we nieuwe poelen enzovoort. Welke oplossing we toepassen, hangt af van de noden van het gebied dat we herstellen.
- Stap drie: zodra het veen weer blootligt en vernat is, keren kenmerkende veensoorten vaak vanzelf terug omdat er nog zaadjes in de grond zitten of omdat die zich natuurlijk verspreiden. Dat natuurlijk proces geven we soms een duwtje in de rug door veenmossen over te plaatsen of soorten zoals de kleine veenbes uit te planten.

Dat proces is tijdrovend, maar loont: een LIFE-project* (dat helaas in de verbrande zone ligt) was zo geslaagd dat het de prestigieuze ‘Best of the Best’-award kreeg van de Europese Commissie. Zeldzame soorten zoals de velduil, de wintertaling en de watersnip keerden er terug naar gebieden die er daarvoor slecht aan toe waren. Dat droombeeld motiveert ons voor het titanenwerk dat we voor de boeg hebben.
Waar gaan we precies in actie komen?
Onze partner, Les Amis de la Fagne, zet zich al meer dan 90 jaar in voor natuurherstel in de Hoge Venen. Samen gaan we gedegradeerde veengebieden herstellen die ze al in hun bezit hadden, én kopen en herstellen we extra percelen in de buurt van de verbrande gebieden. Met de 150.000 euro die jullie schonken voor de Hoge Venen kunnen we:
- 130.000 m² gedegradeerde veengebieden kopen,
- 200.000 m² gedegradeerde veengebieden herstellen.
De soorten die in die nieuwe reservaten voorkomen, kunnen zich later verspreiden naar de gebieden die nu door de vlammen verteerd zijn.
*Een natuurherstelproject deels betaald met EU-fondsen.