Samen kunnen we onze levende planeet herstellen
Wetenschap toont aan dat de natuur veerkrachtig is en dat verandering sneller kan gebeuren dan we denken. Als we de natuur een eerlijke kans geven, kan de natuur zich herstellen.

Ontdek het Living Planet Rapport 2026

Populaties wilde dieren staan onder druk, maar hun herstel is binnen handbereik
Natuurbehoud werkt
De Living Planet Index (LPI) 2026 toont op welke schaal we al natuur verloren hebben. Tussen 1970 en 2022 is de gemiddelde omvang van populaties in het wild met 73% gedaald. Die daling wordt veroorzaakt door habitatverlies, overexploitatie en klimaatverandering. Dit cijfer is gebaseerd op bijna 36.000 populatietrends bij 5.790 soorten amfibieën, vogels, vissen, zoogdieren en reptielen.
Dat populaties groene zeeschildpadden, tijgers, blauwvintonijn en zuidelijke Afrikaanse olifanten zijn hersteld, is goed nieuws en bewijst dat gerichte natuurbehoudsacties hun vruchten afwerpen.
Maar natuurherstel alleen is niet genoeg om dierenpopulaties te beschermen. We moeten de grondoorzaken van natuurverlies aanpakken.
Hoewel de algemene, wereldwijde trend negatief is, neemt de helft van de gemeten populaties toe (43%) of blijft ze stabiel (7%). De omvang van de dalende trends is groter dan die van de stijgende trends, wat resulteert in een gemiddelde daling van 73% voor de wereldwijde Living Planet Index (LPI).


We hebben nu een unieke kans om de natuur te beschermen. Teken deze petitie voor sterk natuurbeleid vóór 20 oktober en eis krachtig milieubeleid dat de Europese natuur in staat stelt zich te herstellen. We hebben al meer dan 900.000 handtekeningen verzameld. Help ons om de kaap van een miljoen te ronden!
De Living Planet Index per regio
Noord-Amerika -28%
De populatieomvang van soorten in Noord-Amerika is tussen 1970 en 2022 met 28% afgenomen. Het lijkt misschien alsof populatiegroottes hier minder snel slinken dan in de meeste andere regio's, maar dat komt vooral omdat de populaties van veel soorten er al sterk waren afgenomen in 1970. De uitgangssituatie is er dus anders. Tegelijk weerspiegelt de LPI ook recente succesverhalen voor natuurbehoud: soorten zoals de zeeotter en de groene zeeschildpad herstellen zich.
Europa en Centraal-Azië -23%
De regionale Living Planet Index voor Europa en Centraal-Azië toont een relatief lage achteruitgang met 23% tussen 1970 en 2022, wat weerspiegelt dat de natuur in veel gebieden al vóór 1970 verarmd was. Hier doen zoogdieren en vogels het vaak beter dankzij natuurbehoudsacties, maar de meeste zoetwatervissen, reptielen en amfibieën gaan erop achteruit.

Latijns-Amerika en het Caribisch gebied -95%
Nergens verliezen we sneller natuur dan in Latijns-Amerika. Gemiddelde populatiegroottes slonken er sinds 1970 met maar liefst 95%. De belangrijkste oorzaken? Bossen, wetlands en graslanden verdwijnen; natuurlijke hulpbronnen raken uitgeput en invasieve exoten verstoren ecosystemen. Het klimaat wordt ook steeds vaker genoemd als een bedreiging, zelfs voor leefgebieden die nog relatief onverstoord zijn.
Afrika -80%
De afgelopen decennia kreeg de weelderige Afrikaanse biodiversiteit het hard te verduren: soortenpopulaties slonken er tussen 1970 en 2022 gemiddeld met 80%. Overexploitatie (jacht, stroperij …) vormt hier een grotere bedreiging dan in andere regio's, en we missen nog veel data, met name over zoetwatersoorten. In zuidelijk Afrika is het herstel van de Afrikaanse olifant door natuurbehoudsacties in samenwerking met de lokale gemeenschappen een lichtpunt.
Azië en Stille Oceaan -49%
Unieke ecosystemen en buitengewone biodiversiteit kenmerken de landmassa’s en eilanden in deze regio. Helaas verdwijnt de natuur er in een alarmerend tempo: tussen 1970 en 2022 slonken soortenpopulaties gemiddeld met 49%. Verschillende factoren leiden tot negatieve trends bij alle soortengroepen, van invasieve soorten die inheemse soorten op de eilanden in de Stille Oceaan bedreigen tot overexploitatie en aantasting van leefgebieden voor vissen in zoetwatersystemen, bijvoorbeeld in de benedenloop van de Mekong.
Met deze diersoorten gaat het beter

Groene schildpad: van Bedreigd
naar Niet bedreigd
In 2025 werd de groene zeeschildpad als eerste zeeschildpaddensoort ooit op de Rode Lijst van de IUCN opgewaardeerd van ‘Bedreigd’ naar ‘Niet bedreigd’. Dit succes is het resultaat van vijftig jaar internationale inspanningen in ongeveer tachtig landen, waaronder de bescherming van nesten en broedstranden, maatregelen tegen ongewenste vangst in de visserij, bestrijding van illegale vangst en actieve betrokkenheid van lokale gemeenschappen.
Dankzij deze maatregelen steeg het aantal geregistreerde nesten op gemonitorde locaties van ongeveer 419.000 in 2011 naar 526.000 in 2024. Hoewel dit een belangrijke mijlpaal is, blijven bepaalde populaties kwetsbaar en vormen klimaatverandering en de aantasting van broedstranden nog steeds een bedreiging. Toch toont het herstel aan dat langdurige internationale samenwerking en natuurbescherming over generaties heen succesvolle resultaten kunnen opleveren.

Afrikaanse savanneolifant: regionale toename
Hoewel de Afrikaanse savanneolifant wereldwijd nog steeds als bedreigd wordt beschouwd en veel populaties afnemen, groeien sommige populaties in zuidelijk Afrika. Dit succes wordt vooral toegeschreven aan een bestuursmodel waarbij lokale gemeenschappen medeverantwoordelijkheid voor en voordelen uit het beheer van wilde dieren krijgen. Door gemeenschapsgericht beheer van natuurlijke hulpbronnen hebben inwoners een rechtstreeks belang bij het behoud van olifanten.
Deze aanpak wordt ondersteund door maatregelen tegen illegale handel, verbeteringen in het rechtssysteem en corruptiebestrijding. Hoewel de groeiende populaties nieuwe uitdagingen met zich meebrengen, zoals conflicten tussen mens en olifant en druk op leefgebieden, toont dit voorbeeld aan dat lokale gemeenschappen betrekken een duurzame basis kan vormen voor succesvol natuurbeheer.

Tijger +70%
Tussen 2010 en 2025 is de wereldwijde wilde tijgerpopulatie met ruim 70% gegroeid, van ongeveer 3.200 naar 5.700 dieren. Dit is de eerste duidelijke ommekeer na jarenlange achteruitgang. Het succes kwam niet door één maatregel, maar door een combinatie van nationale herstelprogramma’s, internationale samenwerking, sterkere bescherming van leefgebieden, bestrijding van stroperij en illegale handel, en inspanningen om de vraag naar tijgerproducten te verminderen. Het herstel toont aan dat langdurige investeringen en samenwerking tussen overheden, lokale gemeenschappen, inheemse volkeren, ngo’s en donateurs effectief kunnen zijn. Toch blijft de situatie kwetsbaar: tijgers leven nog steeds in minder dan 8% van hun oorspronkelijke verspreidingsgebied en worden nog altijd als bedreigd beschouwd. Verdere inspanningen, vooral rond samenleven met wilde dieren en conflictbeheer tussen mens en tijger, blijven daarom noodzakelijk. De trend is wel positief gekeerd, iets wat tien jaar geleden door velen als onmogelijk werd gezien.

Blauwvintonijn: populatieherstel
Rond 2010 stonden zowel de Atlantische als de Pacifische blauwvintonijn op de rand van uitsterven door overbevissing. De Atlantische populatie was met 80% afgenomen en de Pacifische populatie was teruggevallen tot slechts 2% van het niveau van vóór de intensieve visserij. Dankzij wereldwijde, gecoördineerde maatregelen beginnen ze zich te herstellen, waardoor beide soorten vandaag niet langer als overbevist of ernstig bedreigd worden beschouwd.
Dit succes kwam voort uit een combinatie van consumentenacties, engagement van retailers en chefs, hervormingen in de visserijsector en streng regionaal visserijbeheer. Belangrijke maatregelen waren lagere vangstquota, minimummaten voor vangst, bescherming van paaigebieden (waar vissen zich voortplanten) en strengere controles. Om deze vooruitgang te behouden, blijven waakzaamheid tegen illegale visserij en duurzaam beheer dat rekening houdt met de gevolgen van klimaatverandering, essentieel.
Met deze diersoorten gaat het slecht

Orang-oetan: 100.000 individuën minder
Tussen 1990 en 2015 verloren we tot wel 100.000 orang-oetans in het wild. Hun leefgebied in de bossen van Indonesië worden geteisterd door houtkap, ontbossing en jacht op deze soort.

Keizerspinguïn: - 10%
Bij de keizerspinguïns op antarctica noteren we een daling van 10% bij de volwassen, zich voortplantende dieren, alleen al tussen 2009 en 2018. Hoewel de algemene trend negatief is, zijn er ook een aantal stabiele kolonies. De oorzaken worden nog onderzocht, maar verwacht wordt dat de klimaatverandering een impact zal hebben op de zee-ijsplatforms waarop ze broeden en op de beschikbaarheid van voedsel.

We kunnen de systemen die natuurverlies veroorzaken, transformeren
Verandering is al onderweg
Drie systemen zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de achteruitgang van de natuur: ons voedselsysteem is de belangrijkste oorzaak van habitatverlies, ons energiesysteem wakkert de klimaatverandering aan en ons financiële systeem financiert schadelijke activiteiten.
Het is mogelijk om deze systemen ten goede te veranderen door de voorwaarden te scheppen die positieve kantelpunten voor verandering teweegbrengen.
Een positief kantelpunt in het energiesysteem is al in gang gezet door de toename van zonne- en windenergie, maar de transitie moet veel sneller verlopen.
In de voedsel- en financiële sector kunnen we natuurvriendelijke productie stimuleren, duurzame handel en consumptie bevorderen, afval vermijden en de geldstroom naar schadelijke activiteiten stoppen.


Ons energiesysteem transformeren
De manier waarop we energie produceren en verbruiken is de belangrijkste drijfveer van onze klimaatcrisis. Om een klimaatramp te voorkomen, moeten we de uitstoot van broeikasgassen halveren tegen 2030 en snel overschakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie. De energietransitie moet snel, groen en eerlijk zijn, en mens en natuur moeten op de eerste plaats komen.
De afgelopen tien jaar is de wereldwijde capaciteit voor hernieuwbare energie ruwweg verdubbeld en zijn de kosten voor wind- en zonne-energie en batterijen met 85% gedaald. We gaan de goede kant op, maar moeten véél sneller nog veel meer doen. In de komende zes jaar moeten we het aandeel van hernieuwbare energie verdrievoudigen, onze energie-efficiëntie verdubbelen, 20 tot 40% van de lichte voertuigen elektrificeren, en onze energienetten moderniseren. Daarvoor moeten de investeringen verdriedubbelen, tot ten minste 4 biljoen euro per jaar in 2030.
Afstappen van fossiele brandstoffen is beter voor het klimaat, onze gezondheid en de natuur. Toch kan de transformatie van ons energiesysteem ook uitdagingen met zich meebrengen. Waterkracht kan rivieren versnipperen, bio-energiegewassen kunnen habitatverlies veroorzaken, en mijnbouw naar kritieke mineralen kan gevoelige ecosystemen beschadigen. Om te zorgen dat de energietransitie écht schoon en groen is, moet die zorgvuldig gepland worden, met de nodige milieuwaarborgen.
Vandaag hebben meer dan 770 miljoen mensen geen elektriciteit, en bijna 3 miljard mensen stoken nog steeds kerosine, kolen, hout of andere biomassa om te koken. Dat draagt bij aan armoede, ontbossing en luchtvervuiling binnenshuis – een belangrijke oorzaak van vroegtijdige sterfte, die onevenredig veel vrouwen en kinderen treft. We hebben een rechtvaardige energietransitie nodig, zodat iedereen toegang krijgt tot moderne en veilige energiebronnen.

Ons voedselsysteem transformeren
Ons voedselsysteem is de belangrijkste drijfveer van natuurverlies. Voedselproductie neemt 40% van al het bewoonbare land in, is de belangrijkste oorzaak van habitatverlies, is goed voor 70% van het waterverbruik, en veroorzaakt meer dan een kwart van de uitstoot van broeikasgassen. Toch levert dat systeem niet de voeding die we nodig hebben: bijna een derde van de mensen krijgt niet regelmatig voldoende voedzaam voedsel binnen, terwijl een vergelijkbaar deel overgewicht heeft. Wat kunnen we daaraan doen?
Genoeg voedsel voor iedereen produceren en tegelijk de natuur laten bloeien? Dat kan! Natuurpositieve landbouwpraktijken kunnen zorgen dat gewassen meer opbrengen én de productiviteit van vee verbeteren. Tegelijk helpen ze onze ecosystemen, biodiversiteit en bodemgezondheid te herstellen. Door visbestanden te herstellen en duurzaam te beheren, kunnen we meer wilde zeevruchten oogsten. Tot slot kunnen we de aquacultuurproductie duurzaam boosten.
Als de hele wereld er een voedingspatroon op na zou houden dat rijk is aan vlees, vetten en suikers, dan zouden we de hulpbronnen van verschillende extra planeten nodig hebben. Nu wordt zo’n 71% van alle landbouwgrond gebruikt voor begrazing, en nog eens 11% voor gewassen voor diervoeder. Meer plantaardig voedsel en minder dierlijke producten eten is niet alleen beter voor onze gezondheid, maar ook voor de planeet, al verschillen voedingskeuzes natuurlijk volgens culturen. Tot slot moeten we ondervoeding en voedselonzekerheid aanpakken.
Naar schatting 30 tot 40% van al het geproduceerde voedsel wordt nooit opgegeten. Dat is ongeveer een kwart van de totale wereldwijde calorieproductie, een vijfde van het gebruik van landbouwgrond en water, en 4,4% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Het goede nieuws? Er bestaan tal van efficiënte manieren om voedselverlies en -verspilling efficiënt aan te pakken, van betere opslag- en verwerkingstechnologieën in toeleveringsketens tot slimmer omgaan met wat we kopen en koken.
Elk jaar geven overheden naar schatting zo’n 460 miljard euro uit aan landbouwsubsidies die natuurverlies in de hand werken, plus ongeveer 20 miljard euro aan subsidies die overbevissing stimuleren. Die bedragen zouden ruimschoots de kosten dekken van maatregelen die goed zijn voor onze natuur: natuurpositieve productie opschalen, voedselverlies en -verspilling verminderen, mensen ondersteunen om gezonder te eten en duurzaam voedsel betaalbaar houden voor iedereen.

Ons financieel systeem transformeren
Meer dan de helft van het wereldwijde BBP – naar schatting zo’n 53 biljoen euro – is afhankelijk van de natuur en de diensten die ze levert. Toch schat ons huidige economische systeem de natuur niet naar waarde. Zo’n 6,4 biljoen euro per jaar vloeit naar activiteiten die de natuur- en klimaatcrisis aanwakkeren, terwijl er slechts 181 miljard euro gaat naar natuurlijke oplossingen.
Om de klimaat- en natuurcrisis aan te pakken en onze voedsel- en energiesystemen te transformeren, zijn enorme investeringen nodig. Dat kán, als we zorgen dat financiële middelen de planeet niet schaden maar net helen. In zowel de openbare als de privésector moeten we dringend nieuwe financieringsoplossingen opschalen: van groene financiële producten tot langetermijninvesteringen in natuurpositieve bedrijven.
Ons financiële systeem en de economieën die het ondersteunt, kunnen niet zonder functionerende ecosystemen, biodiversiteit, water en een stabiel klimaat. Banken en financiële instellingen moeten de waarde van natuur en klimaat in rekening nemen, en natuurgerelateerde risico's analyseren bij alle beslissingen die ze nemen. Bovendien moeten ze zorgen dat de organisaties waaraan ze leningen geven, dat ook doen.

De wetenschap van hoop
De kracht van hoop
Om de achteruitgang van de biodiversiteit een halt toe te roepen en om te keren, is grootschalige en gezamenlijke actie nodig. Deze transformatie zal niet alleen van technische aard zijn, maar ook van sociale, culturele, ethische, politieke, economische en psychologische aard. Visie en volhardende actie in onzekere omstandigheden zullen nodig zijn. En een van onze krachtigste middelen voor dit werk, zowel persoonlijk als collectief, is hoop.

Hoop is geen statische eigenschap en het is meer dan een positieve emotie. Het is geen optimisme of wensdenken. Het is een proces dat ervoor zorgt dat mensen zich blijven inzetten voor moeilijke, onzekere uitdagingen. Het ontstaat wanneer mensen datgene wat ze
belangrijk vinden, koppelen aan acties waarvan ze denken dat die een verschil kunnen maken, zelfs als succes niet gegarandeerd is.
In de psychologie bestaat hoop uit drie componenten. De eerste is een doel dat is geworteld in iemands waarden, identiteit en cultuur, en dat is gekaderd rond wat je wilt beschermen in plaats van wat je niet wilt verliezen. De tweede is een traject, oftewel een geloofwaardige route naar het doel, zelfs als die route onzeker is en moet worden bijgestuurd wanneer er obstakels opduiken. De derde is eigen inzet, oftewel de overtuiging dat je actie kunt ondernemen om je doel te bereiken en een verschil te maken. Eigen inzet is in sterke mate bepalend voor de vraag of intenties onder onzekere omstandigheden uitmonden in volgehouden actie.
Het rapport

Neem actie


Dit rapport vertelt het verhaal van mensen die blijven kiezen voor hoop. Mensen die weigerden te geloven dat natuurverlies onvermijdelijk is. Gelukkig is hoop aanstekelijk en zijn er na jaren van hoopvolle actie ook resultaten die bewijzen dat hoop werkt. Want al zestig jaar lang zien we wat er gebeurt wanneer mensen zich achter de panda scharen en samen in actie komen. Iconische, bedreigde soorten zoals de berggorilla winnen langzaam weer terrein. Talloze milieubewuste burgers laten hun stem luid klinken voor wetten die onze natuur beschermen. Hoop is een keuze. Een keuze die we bij WWF-België vol overtuiging maken.
Doneer om natuurbehoud te ondersteunen
Wilde dieren zijn aan het uitsterven en wij kunnen het niet stoppen zonder de meest vitale plaatsen en soorten op aarde te beschermen. Over de hele wereld zetten onze teams en partners zich in voor de bescherming van onze ongelofelijke planeet, maar onze successen zijn alleen mogelijk met de vrijgevigheid van onze supporters.

