Natuur inclusieve landbouw kan ecologische meerwaarde boeken én boer aanzienlijk beter vergoeden

08/10/2020 12:14pm

Landbouw is een van de bepalende actoren voor de toestand van onze biodiversiteit én bovendien een belangrijke speler in de race om ons land aan te passen aan het veranderend klimaat. Met de aangekondigde koerswending van het Europese gemeenschappelijk landbouwbeleid openen zich nieuwe perspectieven om van natuur en landbouw opnieuw bondgenoten te maken. WWF liet berekenen hoeveel een gemiddelde veehouder overhoudt wanneer hij zijn bedrijfsvoering natuur inclusiever zou maken. De conclusie van deze becijferde oefening is opmerkelijk én hoopgevend.

 

Uit de studie blijkt dat het inkomen van een gemiddelde melkveehouder met 23% stijgt, wanneer het bedrijf nieuwe teelt- en andere keuzes maakt. Ook voor de vleesveehouderij, een sector die het vandaag erg moeilijk heeft om rendabel te zijn, kan het inkomen op jaarbasis tot 10.000 euro hoger liggen wanneer een alternatief teeltmodel wordt toegepast. De aanpassingen kunnen gestimuleerd en ondersteund worden via zogenaamde ecoregelingen, die een nieuw onderdeel uitmaken van het toekomstige GLB. Het GLB budget hoeft daarbij niet toe te nemen, maar, op een andere manier dan vandaag het geval is, moet het budget ingezet worden om landbouwers te stimuleren op een meer natuur inclusieve manier te werk te gaan, want ook zij kunnen daar de vruchten van plukken. Het GLB budget wordt vandaag vooral ingezet om rundvleesveehouders, melkveehouders en akkerbouwers in Vlaanderen te ondersteunen. Mede daarom werd de oefening net voor deze sectoren uitgevoerd.

03 WWF Bovins NL 1 page 0001

Eiwitautonomie is key

Het belangrijkste element in de gewijzigde bedrijfsvoering is zorgen voor meer eiwitautonomie. Door zelf in te staan voor de productie van zijn eiwitrijke gewassen, spaart de veehouder aanzienlijke bedragen uit aan krachtvoer. Bijkomende voordelen aan de teelt van bijvoorbeeld grasklaver en luzerne: deze inheemse gewassen hebben ook een positieve impact op het pesticidegebruik, het gebruik van (kunst)mest en de bodemvruchtbaarheid. Ze zijn hier in Vlaanderen interessant voor heel wat insecten en vogels en vormen een alternatief voor de invoer van soja, zodat ook de overzeese voetafdruk van onze landbouw kan worden verkleind. De diepe wortels maken de plant bovendien een stuk droogteresistenter dan andere voedergewassen zoals maïs, wat een grote troef is in een opwarmend klimaat.

Ook voor akkerbouwers zijn er mogelijkheden. Inzetten op biodiverse randen kan zorgen voor natuurlijke pestbestrijding, en bijgevolg een lager pesticidegebruik (en kost). Opname van eiwitgewassen in de teeltrotatie draagt dan weer bij tot de vruchtbaarheid van de bodem, en daarmee ook een hogere opbrengst van de daaropvolgende teelten.

03 WWF Bovins NL 2 page 0001

Volop kansen voor Vlaanderen in vernieuwde GLB

De landbouw heeft in Vlaanderen een aanzienlijke impact op het milieu, de natuur en het klimaat. Met een aandeel van 45% is de landbouw de belangrijkste vorm van landgebruik in Vlaanderen. Zo stelde het recente Living Planet Report Belgium nog vast dat vogelpopulaties in landbouwgebied met 60,9% terugvielen sinds 1990. Ruim de helft (57%) van dit landbouwareaal staat in het teken van de veeteelt, voornamelijk in de vorm van (tijdelijk en blijvend) grasland en akkerland voor de maïsproductie.

Titus Ghyselinck, programmamanager voedsel en landbouw WWF-België: “In Vlaanderen wordt momenteel een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid opgemaakt. Dit beleid moet een antwoord formuleren op tal van uitdagingen in de landbouw, zowel op sociaal, economisch als ecologisch vlak. Het beleid zet daarvoor de richting uit tot eind 2027. Als we een antwoord willen bieden op de uitdagingen moeten we nu actie ondernemen. Een ‘business as usual’ scenario is voor zowel natuur als landbouwer niet houdbaar.”

Het vernieuwde GLB biedt kansen om de uitdagingen voor natuur, milieu en klimaat aan te pakken en daarmee bij te dragen tot de doelstellingen van de Europese Farm-to-Fork en Biodiversiteitstrategie voor 2030. Dat kan voornamelijk via de randvoorwaarden (bvb. behoud blijvend grasland en een minimumareaal aan ecologisch waardevolle landschapselementen) en de ecoregelingen. WWF roept op om voldoende ambitieuze randvoorwaarden op te stellen die onze basisnatuurkwaliteit in landbouwgebied terug verhogen en met de ecoregelingen te streven naar een win-win voor landbouwers en natuur. Hoewel de berekeningen hoopgevend zijn wijzen we erop dat het om een theoretische oefening gaat en dat dergelijke aanpassingen kennis, tijd en inspanningen vragen. Daarom is een coherente aanpak nodig waarbij ook ingezet wordt op begeleiding en landbouwonderwijs. Het zijn namelijk de landbouwers die de theorie in de praktijk moeten omzetten, en dat kan enkel door hen daar maximaal in te betrekken.

Rapporten: