Ivoorkoorts veroorzaakt massale afslachting bosolifanten

11/08/2017 3:03pm

Afrika’s bosolifanten zijn nergens meer veilig. Stropers dringen zelfs tot in de meest dichtbegroeide bossen door om hun felbegeerde buit te maken: ivoor. De ivoorprijs is lokaal met een waarde van $150-$250/kg meer dan vertienvoudigd tegenover 2004, een enorme hoeveelheid geld voor lokale bewoners. De snelle prijsstijging heeft dan ook geleid tot een ware ivoorkoorts. De illegale handel in wilde soorten is uitgegroeid tot de 4e grootste illegale handel ter wereld, na de drugshandel, de vervalsing en de mensenhandel.

 

Uit recent onderzoek blijkt dat meer dan 25 000 bosolifanten in noordoost Gabon, ongeveer 80% van de Gabonese populatie, werden gedood tussen 2004 en 2014. Een gelijkaardige studie toont dat het aantal bosolifanten over heel Centraal-Afrika met 60% is gedaald tussen 2002 en 2011 (en de daling is helaas niet gestopt). Er is ook een menselijke kost verbonden aan dit drama: elk jaar worden er verschillende rangers vermoord door stropers in de regio.

Onze landgenoot Pauwel De Wachter, coördinator van het TRIDOM-project (kort voor ‘Tri-Nationaal Dja-Odzala-Minkébé landschap’), werkt al sinds 20 jaar voor WWF op het terrein. Hij legt ons uit hoe stroperij er concreet aan toegaat.

 

WWF elephant olifant poaching braconnage01

Pauwel Dewachter staat naast de overblijfselen van een vrouwelijke bosolifant die doodgeschoten werd door een legerofficier voor haar ivoor.
De officier werd later opgepakt door rangers en vervolgd.
 

 

Kameroen, de Republiek Congo en Gabon worden belaagd door olifantenstropers en de ivoormaffia. De populaties olifanten die nog overblijven in deze landen worden voortdurend opgejaagd en worden op wrede manieren gedood. Stropers gebruiken doorgaans AK-47’s of geweren met giftige pijlen, wapens die een olifant verwonden maar niet meteen doden. Eens gewond en gevallen hakken de stropers de pezen van de dieren door, waardoor ze niet meer kunnen vluchten en een pijnlijke dood tegemoet gaan. Dikwijls wordt de heel gevoelige slurf afgesneden omdat ze dan sneller doodbloeden.

 

WWF elephant olifant poaching braconnage02

Bosolifant die werd gedood door stropers voor zijn slagtanden. 

 

Stroperij is de grootste oorzaak voor het massale verdwijnen van de bosolifanten, en de ivoorhandel is de laatste decennia uitgegroeid tot een professionele georganiseerde misdaad. De stroper doodt het dier in kwestie op bestelling of op eigen initiatief en verkoopt het aan een lokale tussenhandelaar. Die transporteert het ruwe ivoor, vaak verstopt in goederen zoals zakken cacaobonen, of in verborgen compartimenten in vrachtwagens en zelfs taxi’s, en verkoopt het door aan andere smokkelaars die het uiteindelijk naar Azië verschepen (de bij verre belangrijkste afzetmarkt). Diegenen die de stroperij ter plekke organiseren en het ivoor verhandelen wagen zich meestal niet op het terrein, ze rekruteren lokale stropers, leveren hen wapens en materiaal en strijken zelf het merendeel van de winst op. Stropers lopen daarbij een hoger risico om opgepakt te worden, terwijl de leiders en andere spilfiguren in de netwerken moeilijker te vinden en te arresteren zijn.

Als stropers of smokkelaars gearresteerd worden, is een succesvolle vervolging niet vanzelfsprekend. Zo gebeurt het bijvoorbeeld dat stropers & ivoorhandelaars valse medische attesten voorleggen, om ervoor te zorgen dat ze niet naar de gevangenis moeten. Als er al een gevangenisstraf volgt en deze van te korte duur is, zetten ze de stroperij dikwijls voort zodra ze weer vrij zijn. Daar komt nog eens het omvangrijke probleem van corruptie bij dat zich voordoet onder rangers, politie, justitie en overheden.

 

WWF elephant olifant poaching braconnage03

Een stroper keert terug van de jacht met een slagtand die hij zojuist van een olifant heeft gesneden. 

 

De nationale en lokale overheden doen meestal wel inspanningen om de stroperij in te dijken, maar te veel beschermde gebieden – bijna alle –zijn onderbemand en ondergefinancierd, zodat een effectieve bescherming tegen stroperij en beheer heel moeilijk is. De inspanning van één land voor een op zichzelf staand beschermd gebied is bovendien niet genoeg, buurlanden moeten nauw samenwerken om veilige corridors tussen gebieden te ontwikkelen. De dieren steken de landsgrenzen namelijk regelmatig over. Zo werd een olifantenkudde in Republiek Congo beschermd door 16 rangers (betaald door WWF), maar eens de grens over met Kameroen was er onvoldoende bescherming. Op die plek werden er 13 olifantenkarkassen teruggevonden, waarschijnlijk van dezelfde populatie.

 

WWF elephant olifant poaching braconnage025

Antistroperij-patrouilles slaan hun kamp op voor de avond en bereiden hun avondmaal, nationaal park Minkebe, Gabon.

 

Bosolifanten spelen een belangrijke rol in het Afrikaanse ecosysteem. Ze eten veel fruit en verspreiden op die manier veel van de zware zaden. Zonder de olifanten zal het hele bos veranderen omdat de zware zaden niet meer verspreid worden. Een heel groot aantal boomsoorten regenereert dan niet meer, wat een impact heeft op het hele bos.

 

WWF elephant olifant poaching braconnage04

Een kudde bosolifanten, vastgelegd door onze cameraval die gebruikt wordt om wilde dieren mee te observeren. 

 

De vraag is: wat kunnen we doen tegen de crisis in olifantenstroperij?

1) Olifantenstroperij voorkomen door te investeren in preventieve sterke patrouilles op het terrein, zodat er veilige zones voor de olifanten gecreëerd kunnen worden. Dit vraagt een groot aantal goed getrainde en gemotiveerde rangers. Er moeten ook bijkomende gebieden ingesteld worden die goed beschermd en beheerd worden om de bestaande beter met elkaar verbinden, aangezien de olifanten en de stroperij ook vaak buiten de beschermde natuurgebieden voorkomt.

2) De bestaande wetgeving aanpassen en vooral beter toepassen om zwaardere straffen op te leggen en effectief uit te voeren. In de stroperij en illegale handel in soorten is hervalling van de misdaad veelvoorkomend als de gevangenisstraffen te kort zijn. Er is nood aan grotere gevangenissen en een rehabilitatiesysteem, zoals bijvoorbeeld nieuwe vaardigheden leren aan de gevangenen zodat ze, eens ze vrij zijn, niet zouden hervallen in stroperij.

3) Investeren in het versterken van een netwerk van informanten om informatie op het terrein te verzamelen om zo meer doelgerichte arrestaties te kunnen doen.

4) Corruptie bevechten via punt 2) en 3), en door sensibilisering. Te veel criminelen krijgen te lage straffen omdat ze smeergeld hebben betaald, of komen veel te vroeg vrij.

5) Samenwerking stimuleren tussen overheden en juridische instellingen over de grenzen heen, om zo het niveau van bescherming van gebieden en bestraffing van stropers en illegale handelaars op elkaar af te stemmen en ook vervolging over de grenzen heen te bevorderen.

6) Investeren in lokale sensibilisering via media, scholen etc. zodat een groter lokaal draagvlak ontstaat over het belang van olifanten en de gebieden waar ze leven.

7) Investeren in de levenskwaliteit en de socio-economische ontwikkeling van de lokale gemeenschappen en dit verbinden met natuurbehoud, zodat de aantrekkingskracht van het ‘stroperijgeld’ kleiner wordt en de bevolking economische voordelen heeft van de olifantenbescherming. De lokale bevolking moet ook zo veel mogelijk actief betrokken worden bij de bescherming en het beheer van de gebieden.

8) De vraag naar ivoor doen afnemen via sensibiliseringsacties in de grootse consumentenlanden, vnl. in Azië.

9) betere controle van de doorgangsroutes van de illegale handel in transitlanden (zoals in Europa).

WWF zet zich wereldwijd in voor alle vermelde oplossingen. Dat is nodig om deze complexe uitdaging aan te pakken: we moeten ons inzetten op alle niveaus om onze slaagkansen te maximaliseren. Daarvoor werken we samen met andere ngo’s en overheden, maar dat alleen is niet genoeg. Er is een politieke wil nodig om deze uitroeiing te stoppen.